Borstverwijdering

Bij een mammectomie wordt een mannelijke borstkas gecreëerd door het verwijderen van het borstklierweefsel. Indien nodig worden ook tepel en tepelhof verkleind, in combinatie met een correctie van het overschot aan huid. Afhankelijk van het volume van de borsten, het teveel aan huid, de elasticiteit van de huid, de tepels en het tepelhof, worden voor deze operatie verschillende technieken gebruikt.

Algemene mogelijke complicaties na deze operatie zijn bloeduitstortingen en infecties. Tepels kunnen ongelijk genezen en littekens kunnen zichtbaar blijven. Hoe minder elastisch de huid is, hoe meer kans op complicaties en littekenvorming. Daarom wordt het sterk afgeraden om de borsten in te binden met bijvoorbeeld verbanden, aangezien het plat duwen van de borsten de huid uitrekt.

Hysterectomie

Bij een hysterectomie en ovariëctomie worden de baarmoeder, de baarmoederhals, de eierstokken en de eileiders verwijderd. Deze ingreep gebeurt meestal via laproscopische weg via een drietal kleine sneetjes in de buikwand. Dit betekent dat men achteraf slechts minimale littekens zal hebben en dat ook de postoperatieve pijn kan worden beperkt. Er bestaat echter steeds een kleine kans dat tijdens de ingreep beslist moet worden om de buik via een klassieke ‘bikini-insnede’ open te maken.

Metadoioplastie

Bij een metadoioplastie wordt de door hormoongebruik gegroeide clitoris gebruikt om een kleine penis te maken. De clitoris wordt hierbij hoger geplaatst en de plasbuis wordt verlengd tot op de tip van de clitoris, waardoor een micropenis ontstaat. De finale functionaliteit wordt bepaald door de lengte van de clitoris, die zeer wisselend kan zijn. Bij sommige transmannen groeit de clitoris fors, zodat staand plassen bij reconstructie mogelijk wordt. Bij meer dan de helft is dit echter niet het geval. Voor de constructie van het scrotum gebruikt men weefsel van de buitenste schaamlippen dat naar voren wordt getransfereerd en gedraaid om de balzakken op de juiste plaats te krijgen. Eventueel kan onderhuids vetweefsel van de venusheuvel gebruikt worden om het scrotum op te vullen. Na verloop van tijd krimpt dit weefsel meestal, zodat enkele maanden later testikelprotheses kunnen worden geplaatst. Urologische complicaties na metadoioplastie zijn fistels en plasbuisvernauwingen, deze komen voor in ongeveer 25% van de gevallen.

Falloplastie

De falloplastie is de reconstructie van de penis met een ent van de voorarm. Het is aangewezen om de voorarm (waar de ent genomen wordt) een aantal keer te epileren met laser. Het is ook heel belangrijk om te stoppen met roken om te vermijden dat de ent afsterft.

De uroloog opereert van bij het begin van de operatie in de genitale of perineale positie. Hij reconstrueert het vaste of het horizontale deel van de urethra of de urinebuis met de kleine schaamlippen. Zo wordt de uitmonding van de urineafvoer tot vooraan in de schaamstreek verlengd. Tijdens de operatie wordt door verplaatsing van de grote schaamlippen een normaal mannelijk scrotum gereconstrueerd. Via een incisie laag in de onderbuik en ter hoogte van de liezen worden ook de zenuwen vrij geprepareerd, evenals de bloedvaten waarop dan later de anastomosen of connecties met het weefsel van de penis zullen plaatsvinden.

Het weefsel van de voorarm wordt als vrij gevasculariseerd transplantaat (vrije flap) verplaatst van de arm naar de genitale streek. Hierbij wordt een penis gereconstrueerd als een buis-in-een-buis: de binnenste buis dient voor de afvoer van de urine, de buitenste buis dient als volume en bedekking van de penis. De eikel en rand van de eikel worden gereconstrueerd. Deze nieuw gereconstrueerde penis blijft alleen nog verbonden met de voorarm via een slagader voor de toevoer van het bloed en met een ader voor de afvoer van het bloed. Als de uroloog klaar is, de bloedvaten in de lies vrij geprepareerd zijn en de vrije flap dus getransfereerd kan worden, worden deze slagader en ader doorgenomen en met behulp van de microscoop gereconnecteerd met een slagader en een ader in de liesstreek. Zo wordt opnieuw bloedcirculatie in de penis op gang gebracht. Ook worden twee zenuwen van de onderarm geconnecteerd, één met een zenuw van de clitoris voor erogene gevoeligheid en één met een zenuw in de liesstreek voor de normale protectieve of beschermende sensibiliteit. Na de operatie wordt de penis zeer frequent gecontroleerd om te zien of de bloedvoorziening nog intact is. Op de plaats waar de huid en het vetweefsel weggenomen zijn, gebeurt een huidtransplantatie met een huident. Dit geeft wel een wat verlittekend uitzicht en de arm zal er iets dunner uitzien. In uitzonderlijke gevallen kan ook weefsel van de dij gebruikt worden.

Klontervorming in het slagadertje naar de flap kan een vroege complicatie zijn. Op dat moment is een nieuwe chirurgische ingreep noodzakelijk om de bloedcirculatie terug op gang te brengen. Andere vroege complicaties zijn, zoals bij elke chirurgische ingreep, nabloeding, moeilijke wondgenezing of infectie. Zo goed als alle transmannen kunnen na falloplastie rechtopstaand plassen en een orgasme krijgen. Om te kunnen penetreren is een erectieprothese nodig, die vanaf 12 maanden na falloplastie kan geplaatst worden.

Balimplantaten

Het scrotum dat bij de eerste ingreep wordt gevormd uit de grote schaamlippen kan in een latere tijd worden gevuld met testisprothesen of balimplantaten. Een minimale wachttijd van 6 maanden na de eerste ingreep is aangewezen. De testisprothesen zijn met siliconegel gevuld en bestaan in verschillende maten. Meestal wordt een grote maat geplaatst. Zoals bij alle implantaten bestaat een risico op infectie: in dat geval moet deze onherroepelijk verwijderd worden en dringt zich opnieuw een wachttijd van 6 maanden op alvorens een nieuwe implantatie kan worden uitgevoerd.

Erectieprothese

Een erectieprothese is enkel mogelijk na een falloplastie. Een voorwaarde voor implantatie van een erectieprothese is dat de gevoeligheid teruggekeerd is tot in de top van de fallus, meestal na verloop van 12 maanden. Als er geen gevoel is, dan is het risico op traumatische perforatie van de prothese namelijk hoger. Er wordt best rekening gehouden met een wachttijd van 12 tot 18 maanden na de eerste operatie.

Vereisten

Voor transmannen kan de borstverwijdering redelijk snel plaatsvinden, mits een verwijsbrief van een behandelaar, en zelfs voor de aanvang van hormoontherapie indien gewenst. De minimumleeftijd hiervoor is 17 jaar. Om in aanmerking te komen voor hysterectomie en ovariëctomie dient men in het bezit te zijn van een verwijsbrief van een behandelaar en meerderjarig te zijn. Tevens dient men minimum één jaar cross-sekse hormonen te nemen (testosteron).