De instroom in transgenderzorg neemt de laatste jaren enorm toe en wordt verwacht in de nabije toekomst nog te stijgen. Het aandeel ouderen in deze instroom is gedurende de start van het genderteam aan het UZ Gent steeds minimaal geweest. Ook uit de cijfers van het rijksregister blijkt dat tussen 1993 en eind 2017 slechts 15 personen ouder dan 65 jaar hun geslachtsregistratie wijzigden (1,4% van de totale aanvragen in die periode). Dit betekent echter niet dat er in deze leeftijdsgroep minder personen transgender zouden zijn in vergelijking met jongere leeftijdscohortes, wel dat zij in hun jeugd en volwassen leven hoogstwaarschijnlijk weinig tot geen informatie vonden of stigmatisatie en discriminatie vreesden, en dat er destijds ook weinig zorg voorhanden was in België. Met het intreden van de nieuwe transwet in 2018 steeg het totaal aandeel wijzigingen sterk, en dit niet alleen bij de jongeren maar ook bij de oudste categorie. In de groep van 65+ zien we sinds 2018 29 wijzigingen van de geslachtsregistratie (1,7% van de totale aanvragen sinds 2018). Ook voor hen blijkt deze nieuwe wet een verbeterde toegang tot erkenning te bieden.

Het is dus niet ongewoon dat er oudere (65+) cliënten zich aanmelden met een verhaal of vraag naar transgenderzorg. De levensfase waarin eventuele kinderen uit huis zijn, het sociale netwerk dat verandert door pensionering en het heengaan van familie en vrienden, brengt mogelijks een situatie teweeg waarin de oudere transgender persoon de genderidentiteit (opnieuw) in vraag stelt en zich afvraagt ‘wie ben ik nu eigenlijk?’ (Ettner, 2013). De herinnering aan een leven ‘geleefd voor anderen’ kan een gevoel van bevreemding met zich meebrengen, en mogelijks de identiteitsvragen terug op de voorgrond plaatsen.

Om naar de zorg te stappen moeten zij vele barrières overwinnen die te maken hebben met stigma, angst en schaamte, alsook met het gebrek aan zorgverleners met kennis van zaken (Shires & Jaffee, 2015; Wylie et al., 2014). Deze barrières kunnen voor een deel van de oudere transgender populatie leiden tot zelfmedicatie – namelijk het gebruik van hormonale middelen via het internet. Europees onderzoek wijst uit dat transgender personen die op eigen houtje hormonale producten aankopen, veelal transgender vrouwen en ouderen zijn , en dat zij vaak weinig kennis hebben over de effecten en risico’s geassocieerd met een genderbevestigende hormoonbehandeling (Kreukels et al., 2012; Mepham, Bouman, Arcelus, Hayter, & Wylie, 2014; Simonsen, Hald, Giraldi, & Kristensen, 2015).

In het algemeen blijven de behandelingsopties voor oudere (gezonde) transgender personen dezelfde, en kunnen zij ook indien gewenst een genderbevestigende hormoonbehandeling en chirurgie verkrijgen, al moeten de verhoogde risico’s gepaard met deze behandelingen duidelijke met hen besproken worden zodat zij een geïnformeerde beslissing kunnen nemen (Bouman et al., 2016). Sommige chirurgen hanteren leeftijdslimieten van 65 jaar voor ingrijpende chirurgie. Hulpverleners dienen dan ook op te letten voor ‘agisme’ (discriminatie op basis van leeftijd) en zich behoeden voor een overtuiging dat het ‘te laat is voor een behandeling’. Over het algemeen is een behandeling afhankelijk van de huidige gezondheid van de persoon en de stabiliteit en controle van relevante gezondheidscondities.

Opvolging oudere trans personen

Er is tot op heden weinig tot geen systematisch onderzoek naar de socio-demografische en klinische kenmerken van oudere transgender personen (Bouman et al., 2016). In het algemeen onderzoek naar ouderen worden holebi- en transgender ouderen daarenboven vaak over het hoofd gezien. Het onderzoek dat wel bestaat handelt meestal over het gebrek aan gepaste diensten voor oudere gender-nonconforme, non-binaire en transgender personen (Witten & Eyler, 2012). Uit een grote review naar zorg bij levenseinde blijkt dat er geen studies voorhanden zijn die specifiek stilstaan bij de ervaringen van transgender ouderen in rust- en verzorgingstehuizen (Harding, Epiphaniou, & Chidgey-Clark, 2012).

In het onderzoek van Bouman et al. (2016) in een groep trans vrouwen van 50+ blijkt dat ook in deze leeftijdsgroep de positieve correlatie van een genderbevestigende hormoontherapie met het psychologische en psychosociale welbevinden merkbaar was, net zoals dit het geval is bij jongere transgender personen. Over langdurig hormoongebruik is er tot op heden geen uitsluitsel, wegens gebrek aan data op lange termijn. Op middellange termijn geven de onderzoeken wel aan dat hormoongebruik een veilige therapie is.

Nood aan zorg bij transgender ouderen

Veel transgender personen (zullen in de toekomst) verblijven in woonzorgcentra, maar zijn vaak onzichtbaar. Transgender-sensitieve zorg die een antwoord biedt op de specifieke noden van deze groep is nodig. Gezondheidsaspecten gelinkt aan het ouder worden gelden vanzelfsprekend ook voor oudere transgender personen. Uit onderzoek blijkt dat trans personen meer roken en meer aan drugs en alcohol gebruiken. Ook het probleem van suïcidale gedachten en eenzaamheid, algemeen bekend bij ouderen, is een verhoogd aandachtspunt bij trans ouderen. Op het vlak van levenskwaliteit is het algemeen bekend dat ouderen vaak een verminderde levenskwaliteit vertonen in vergelijking met jongeren, en dit werd in een Belgische studie bevestigd voor trans ouderen (Motmans, Meier, Ponnet, & T’Sjoen, 2012).

Transgender ouderen hebben vaak zorgen met betrekking tot hun levenseinde, bijvoorbeeld hun wens om waardig te sterven en onder de juiste naam begraven te worden. Ook hebben ze vaak zorgen over een eventuele opname in een woonzorgcentrum, bijvoorbeeld over de omgang met verzorgend personeel en andere bewoners. Transgender ouderen die thuis door een mantelverzorger worden ondersteund zijn soms bang om die ondersteuning te verliezen.

Transgender senioren zijn mogelijk minder mobiel en soms minder handig met multimedia. In een wereld waarin transgender personen elkaar vaak online ontmoeten, kunnen transgender ouderen snel sociaal geïsoleerd raken. Sommigen hebben geen contact meer met familie en vrienden en zijn genoodzaakt terug te vallen op een ander sociaal netwerk van mensen die hun transgender identiteit aanvaarden. Met ouder worden wordt het steeds minder vanzelfsprekend om (jongere) mensen te vinden die deze verantwoordelijkheid en zorg willen opnemen.

Transgender personen die verouderen hebben ook specifieke gezondheidsnoden, bijvoorbeeld een correcte en levenslange genderbevestigende hormoonbehandeling, of frequent dilateren voor trans personen die een vaginoplastie ondergingen. Het is mogelijk dat ze hier hulp bij nodig hebben. Het wordt aanbevolen om als hulpverlener op de hoogte te zijn van de effecten van hormonale producten.

Tot slot kan de levensweg die men bewandeld op oudere leeftijd mogelijk confronterend zijn, en is psychologische ondersteuning soms wenselijk. Gezien de hoge cijfers van depressie en angststoornissen onder transgender ouderen is het specifiek belangrijk om te focussen op positieve copingstrategieën en de ontwikkeling van een warm sociaal netwerk (Henderson & Almack, 2016). Een andere uitdaging is de mogelijk financiële instabiliteit omwille van het verleden: werkloosheid, een complexe echtscheiding of hoge medische kosten.