Kinderen leren al erg vroeg en via verschillende kanalen over gender en sekse. De meeste kinderen en jongeren voelen zich duidelijk jongen of meisje (genderidentiteit) en stellen gedrag (genderexpressie) dat door de maatschappij wordt aanvaard als passend bij hun geboortegeslacht. Er zijn echter ook kinderen die niet aan de stereotiepe genderrolverwachtingen voldoen. Als het kind zelf ernstige problemen ondervindt met zijn/haar genderbeleving, is het raadzaam om professionele hulp te zoeken.

Er is geen eensgezindheid over het (nut van) diagnosticeren van prepuberale gendervariante kinderen met genderdysforie. Bij het opstellen van de DSM-5 en ICD-11 was hier dan ook veel discussie over. Wel is iedereen het ermee eens dat gender non-conforme kinderen en hun ouders vaak nood hebben aan en baat hebben bij steun en begeleiding. Pas vanaf het intreden van de puberteit kan er gestart worden met een hormonale behandeling. Voor de puberteit bestaat de hulp voornamelijk uit psychologische hulp en het begeleiden van het kind/jongere en ouders in het omgaan met de gendervariante gevoelens en de problemen die daaraan gerelateerd (kunnen) zijn.

Psychologische begeleiding

De psychologische begeleiding van gendervariante kinderen en -jongeren is niet gericht op het voorspellen of de gender non-conforme gevoelens en gedrag zullen verdwijnen of niet, maar eerder op het exploreren van de genderidentiteit en het vinden van een evenwicht tussen voorkeuren, expressies en identiteit en het verhogen van de weerbaarheid om met mogelijke stressfactoren uit de omgeving om te gaan. Wanneer gestart wordt met begeleiding zal die zich niet alleen toespitsen op het kind of de jongere zelf. De rest van het gezin en de sociale omgeving verdienen ook aandacht. Ouders, broers en zussen kunnen evenzeer baat hebben bij psychologische en/of psychiatrische begeleiding en ondersteuning.

Voor een deel kinderen verdwijnt de genderdysforie wanneer ze in de puberteit komen. Wanneer men zich tot een hulpverlener wendt die gespecialiseerd is in genderklachten bij kinderen en jongeren, hoeft dit niet meteen te betekenen dat het kind later per definitie een transitie zal doormaken en medische ingrepen zal ondergaan. Uit een nog niet gepubliceerde retro- en prospectieve studie van het kinderteam aan het UZ Gent blijkt dat 30% van de kinderen en jongeren die zich aanmelden uit het traject stappen. Er is tot op heden geen lange follow-up studie, dus men kan niet met zekerheid zeggen dat het helemaal uitdooft. De redenen van uitval zijn erg divers.

Hormonale therapie

Vanaf de puberteit kan er eventueel gestart wordt met een hormonale behandeling. Deze kent twee fases: de opstart van de puberteitsremmers en het geven van cross-sekse hormonen. De jongere wordt hierbij begeleid door een endocrinoloog, die onderzoekt in welke ontwikkelingsfase (Tannerstadium) een kind/jongere zich bevindt en welke behandeling aldus geschikt is. De endocrinoloog is ook een belangrijke begeleider voor het opvolgen van de puberteitsontwikkeling, de hormonale therapie, de botdensiteit en het opmeten van de groei.

Er is geen pre-pubertaire hormonale behandeling mogelijk of nodig. Behandeling met puberteitsremmers is omkeerbaar en niet definitief, maar eerder ondersteunend bij de diagnostiek. Puberteitsremmers geven de jongere meer tijd om de genderidentiteit te exploreren, en faciliteren daarnaast ook een eventueel latere transitie, aangezien verhinderd wordt dat secundaire geslachtskenmerken tot ontwikkeling komen. Het toedienen van puberteitsremmers kan ten allen tijde worden stopgezet. Wanneer ze stopgezet worden, gaat het eigen puberteitsproces gewoon weer verder. Het is met andere woorden een omkeerbare tussenstap in het ontdekkingsproces. Puberteitsremmers kunnen echter wel een invloed hebben op de fertiliteit. Hier vindt u meer informatie over puberteitsremmers.

Indien de cross-gendergevoelens intens en aanhoudend aanwezig blijven, kan ten vroegste vanaf de leeftijd van 16 jaar gestart worden met hormoonsubstitutietherapie. Dit betekent dat transmeisjes starten met oestrogenen en transjongens met testosteron om op die manier ook de gewenste uiterlijke kenmerken te verwerven. Bij het starten van een behandeling met cross-sekse hormonen bij jongeren wordt begonnen met een lage dosis hormonen, die gewoonlijk elke 6 maand wordt verhoogd, tot de dosis die ook volwassenen krijgen is bereikt. Op deze manier wordt de puberteit nagebootst. Deze behandeling heeft wel onomkeerbare gevolgen. Meer info over de behandeling met cross-sekse hormonen voor jongeren vindt u hier.

Kinder- en jongeren genderteam

Bij het kinder- en jongeren genderteam van het UZ Gent kom je in contact met de kinderpsycholoog, de kinderpsychiater en (eventueel) de endocrinoloog die je helpen in de begeleiding, en (eventueel later) met hormonale therapie. Meer info over het verloop van een therapeutische behandeling bij het kinder- en jongeren genderteam vindt u hier.

Karlien Dhondt