Kinderen leren al erg vroeg en via verschillende kanalen over gender. De meeste kinderen en jongeren kennen duidelijk hun genderidentiteit – ze voelen zich duidelijk een jongen, meisje of ander gender. De samenleving aanvaardt hun genderexpressie, zijnde hoe ze zich gedragen en hun gender naar buiten communiceren, wanneer die expressie overeenkomt met de sociale normen voor het gender passend bij hun geboortegeslacht. Er zijn echter ook kinderen die niet aan deze stereotiepe genderrolverwachtingen voldoen. Als het kind aanhoudend en consistent volhoudt dat diens genderidentiteit niet overeenkomt met diens geboortegeslacht en hier ook last van ondervindt, is het raadzaam om professionele hulp te zoeken.

Kinderen die gender non-conform gedrag stellen kunnen zowel niet als wel transgender zijn. De genderexpressie van sommige kinderen valt buiten de sociale verwachtingen, maar zijn toch cisgender, terwijl andere kinderen zich wel genderconform gedragen, en transgender zijn. Het is een algemene misvatting dat alle transgender kinderen gender non-conform gedrag stellen. Sommige transgender kinderen voldoen wel aan de gendernormen, omdat ze zich niet te durven uitdrukken zoals ze zouden willen, of gewoon omdat dit is hoe ze zijn. Gender non-conform gedrag moet niet worden opgevat als een teken dat iemand transgender is. Wel is het iets waar men aandacht voor moet hebben, gezien het pestgedrag en de sociale afwijzing die gender non-conforme kinderen vaak ervaren, wat een grote impact op hen heeft.

Kinderen zouden altijd moeten gerespecteerd en ondersteund worden in hun noden, genderexpressie, sociale rol en de identiteit die ze uiten, bijvoorbeeld met betrekking tot kleren die ze willen dragen of de voornaamwoorden die ze willen gebruiken. Kinderen zouden moeten leren over genderdiversiteit, zodat ze de noodzakelijke informatie hebben om zichzelf te kunnen uitdrukken. Gezien de rigide genderstereotypen die onze huidige samenleving kent zijn kinderen zich sterk bewust van wat sociaal aanvaardbaar is en wat niet. Ze weten welk gedrag een negatieve respons kan uitlokken bij hun omgeving. Hun sociale omgeving zou hun gedrag positief moeten bekrachtigen om deze geïnternaliseerde boodschappen te compenseren, zodat ze zich veilig voelen om zichzelf te zijn. Het in vraag stellen of afkeuren van hun gedrag zal deze negatieve boodschappen nog versterken.

Gender non-conforme kinderen en hun ouders hebben vaak nood en baat bij steun en begeleiding. Pas vanaf het intreden van de puberteit kan er gestart worden met een hormonale behandeling. Voor de puberteit bestaat de hulp voornamelijk uit psychosociale steun en het begeleiden van het kind/jongere en de ouders in het omgaan met de gendervariante gevoelens en de uitdagingen die daaraan gerelateerd (kunnen) zijn.

Psychologische begeleiding

De psychologische begeleiding van gendervariante kinderen en -jongeren is niet gericht op het voorspellen of de gender non-conforme gevoelens en gedrag zullen verdwijnen of niet, maar eerder op het exploreren van de genderidentiteit en het vinden van een evenwicht tussen voorkeuren, expressies en identiteit en het verhogen van de weerbaarheid om met mogelijke stressfactoren uit de omgeving om te gaan. Wanneer gestart wordt met begeleiding zal die zich niet alleen toespitsen op het kind of de jongere zelf. De rest van het gezin en de sociale omgeving verdienen ook aandacht. Ouders, broers en zussen kunnen evenzeer baat hebben bij psychosociale en/of psychiatrische begeleiding en ondersteuning. Zij zijn meestal diegenen die de meeste ondersteuning nodig hebben om zich aan te passen aan verwachtingen en te leren hoe ze het kind het best kunnen ondersteunen.

Voor een deel kinderen verdwijnt het gender non-conform gedrag en gevoelens wanneer ze in de puberteit komen. Wanneer men zich tot een hulpverlener wendt die gespecialiseerd is in genderklachten bij kinderen en jongeren, hoeft dit niet meteen te betekenen dat het kind later per definitie een (sociale) transitie zal doormaken en medische ingrepen zal ondergaan. Het zorgt er wel voor dat het kind over voldoende steun en informatie beschikt om diens gevoelens op een gezonde manier te exploreren, en een eigen weg voor zichzelf te bepalen. Er wordt aangeraden om op jonge leeftijd met begeleiding te starten zodat alle behandelingsopties kunnen worden geëxploreerd.

Hormonale therapie

Vanaf de puberteit kan er eventueel gestart wordt met een hormonale behandeling. Deze kent twee fases: de opstart van de puberteitsremmers en de opstart van genderbevestigende hormonen. De jongere wordt hierbij begeleid door een endocrinoloog, die onderzoekt in welke ontwikkelingsfase (Tannerstadium) een kind/jongere zich bevindt en welke behandeling aldus geschikt is. De endocrinoloog is ook een belangrijke begeleider voor het opvolgen van de puberteitsontwikkeling, de hormonale therapie, de botdensiteit en het opmeten van de groei.

Er is geen pre-pubertaire hormonale behandeling mogelijk of nodig. Wanneer Tanner Stadium II bereikt is na de aanvang van de puberteit, kan een behandeling met puberteitsremmers worden overwogen. Behandeling met puberteitsremmers is omkeerbaar en niet definitief, maar eerder ondersteunend. Puberteitsremmers geven de jongere meer tijd om de genderidentiteit te exploreren, en faciliteren daarnaast ook een eventueel latere transitie, aangezien verhinderd wordt dat secundaire geslachtskenmerken tot ontwikkeling komen. Het toedienen van puberteitsremmers kan ten allen tijde worden stopgezet. Wanneer ze stopgezet worden, gaat het eigen puberteitsproces gewoon weer verder waar het was gepauzeerd. Het is met andere woorden een omkeerbare tussenstap in het ontdekkingsproces. Puberteitsremmers kunnen echter wel een invloed hebben op de fertiliteit, en de mogelijkheden voor genitale chirurgie later beperken. Onderzoek naar de langetermijn effecten van puberteitsremmers is beperkt. Ouderlijke toestemming is vereist om een behandeling met puberteitsremmers te kunnen opstarten. Hier vindt u meer informatie over puberteitsremmers.

Een genderbevestigende hormoontherapie is vaak (niet altijd) gewenst bij transgender jongeren. Dit betekent dat transgender meisjes of non-binaire personen met mannelijk geboortegeslacht starten met oestrogenen en transgender jongens of non-binaire personen met vrouwelijk geboortegeslacht met testosteron om op die manier ook de gewenste uiterlijke kenmerken te verwerven. Bij het starten van een behandeling met oestrogenen of testosteron bij jongeren wordt begonnen met een lage dosis hormonen, die gewoonlijk elke 6 maand wordt verhoogd, tot de dosis die ook volwassenen krijgen is bereikt. Op deze manier wordt de puberteit nagebootst. Deze behandeling heeft wel onomkeerbare gevolgen waarvan zowel de jongere als diens ouders op de hoogte dienen te zijn. Ten vroegste vanaf de leeftijd van 16 jaar kan gestart worden met oestrogenen of testosteron. Meer info over de behandeling met genderbevestigende hormoonbehandeling voor jongeren vindt u hier.

Kinder- en jongeren genderteam

Het kinder- en jongerenteam van het UZ Gent is voorlopig in België het enige interdisciplinaire genderteam dat gendervariante kinderen en jongeren begeleidt. Je komt er in contact met de kinderpsycholoog, de kinderpsychiater en (eventueel) de endocrinoloog die je helpen in de begeleiding, en (eventueel later) met hormonale therapie. Meer info over het verloop van een therapeutische behandeling bij het kinder- en jongeren genderteam vindt u hier. Tegenwoordig bieden ook verschillende kinderpsychologen begeleiding van gendervariante kinderen aan. Je vindt hun gegevens op de Zorgkaart van het Transgender Infopunt.