Transgender personen identificeren zich niet, of slechts gedeeltelijk, met het geslacht dat hen werd toegewezen bij geboorte. Sommige personen identificeren zich niet volledig als mannelijk of vrouwelijk, of voelen zich even veel of even weinig mannelijk dan vrouwelijk: deze personen noemen we ‘non-binair’. Net zoals de term ‘transgender’, is ook de term ‘non-binair’ een parapluterm: er zijn verschillende soorten en termen voor personen die zich identificeren met een gender dat buiten de binaire man/vrouw opdeling valt. Hoe non-binaire personen zichzelf benoemen loopt ook sterk uiteen: termen die vaak gebruikt worden onder andere ‘(gender)queer’, ‘a-gender’, ‘bigender’, ‘genderfluïde’, ‘androgyn’, ‘polygender’, ‘genderneutraal’. Sommige non-binaire personen rekenen zichzelf onder de noemer ‘transgender’, anderen niet. Als alternatief voor hij/hem en zij/haar wordt in het Nederlands vaak die/hun gebruikt om te verwijzen naar non-binaire personen.

Zowel transgenderspecifieke studies als bevolkingsstudies wijzen uit dat deze non-binaire groep vrij groot is. In steekproeven binnen de algemene bevolking varieert het percentage personen met een een ‘genderambivalente’ genderidentiteit – die zich dus even veel of weinig identificeren als mannelijk dan als vrouwelijk – van 2,2% tot 4,6% voor personen met mannelijk geboortegeslacht en 1,9% tot 3,2% voor personen met vrouwelijk geboortegeslacht (Van Caneghem et al., 2015; Kuyper & Wijsen, 2014). In transspecifieke studies varieert de prevalentie van 13% in de VS (Harrison, Grant & Herman, 2012) tot 50,3% in de meest recente LGBTI studie van de European Union Agency for Fundamental Rights (FRA, 2019). Het aandeel non-binaire personen binnen onze samenleving zou dus waarschijnlijk nog veel hoger kunnen zijn dan het aantal transgender personen dat wel binnen het binaire systeem past.

Ook non-binaire personen kiezen soms voor een genderbevestigende behandeling, hoewel studies uitwijzen dat dit minder het geval is in vergelijking met transgender mannen en vrouwen (Burgwal et al., 2019; Scheim & Bauer, 2015). Anderen geven met kledij, haartooi en andere kenmerken uiting aan hun genderexpressie. Ook hier weer geldt dat wat een persoon nodig acht om de mogelijke incongruentie tussen lichaam of uiterlijk en genderidentiteit te verminderen een hoogst persoonlijke keuze is, die sterk verschilt van persoon tot persoon. In zorgsettings is vragen hoe een persoon zich identificeert en welke terminologie en voornaamwoorden die prefereert een respectvolle manier om rekening te houden met personen met een non-binaire genderidentiteit. Zorgverleners dienen zich ervan bewust te zijn dat labels en voornaamwoorden ook kunnen veranderen doorheen de tijd.

Uitdagingen

Transgender personen die niet binnen de binaire gendercategorieën passen, ervaren mogelijk andere problemen of uitdagingen dan transgender personen die zich volledig als man of vrouw identificeren.

Ten eerste blijven non-binaire personen vaak onzichtbaar, nog meer dan binaire transgender personen. Non-binaire personen kunnen tegen verschillende problemen aanlopen in het dagelijks leven: bij de meeste administratieve procedures wordt iedereen bijvoorbeeld verplicht om mannelijk of vrouwelijk als identificatie te kiezen. Juridische erkenning voor non-binaire personen bestaat tot op heden nog niet in de meeste landen, hoewel in België een aanpassing van de transgenderwet in ontwikkeling is die rekening zal houden met non-binaire personen. Over het algemeen is er nog weinig kennis en begrip rond gender non-conformiteit. Hierdoor krijgen non-binaire personen vaak te maken met geweld, pestgedrag en discriminatie.

Ten tweede tonen studies aan dat non-binaire personen een significant slechtere gezondheid en een slechter algemeen welzijn rapporteren in vergelijking met binaire transgender personen (Burgwal et al., 2019). Ze zijn vaak onbekend voor, of verkeerd begrepen door zorgverleners die met transgender personen werken, wat kan leiden tot het weigeren van toegang tot gezondheidszorg (Eyssel et al., 2017). Daarom houden ze soms het non-binaire aspect van hun identiteit verborgen, en presenteren ze zich als binaire transgender personen in de hoop om hun kansen op toegang tot een behandeling te verhogen (Richards et al., 2016). Vooral transgender jongeren die als non-binair identificeren en een behandeling wensen hebben een verhoogd risico op het ontwikkelen van angst, depressie en een laag zelfbeeld in vergelijking met binaire transgender jongeren (Thorne et al., 2018; Clark et al., 2018).

Zorgverleners die met non-binaire personen werken moeten vertrouwd zijn met, en sensitief voor, de diversiteit in non-binaire ervaringen (Vincent, 2018; Motmans et al., 2020). Om ervoor te zorgen dat non-binaire personen zich welkom voelen, dienen openbare informatie (bijvoorbeeld op een website), formulieren en andere materialen inclusief te zijn voor non-binaire personen en ervaringen (Hagen & Galupo, 2014).