• Niet elke trans persoon heeft nood aan psychologische ondersteuning. Er wordt geadviseerd om te vragen of de persoon deze zorg wenst en een geschikte doorverwijzing te maken op case-by-case basis.
  • Psychologische begeleiding en assessment vindt bij voorkeur plaats binnen een gespecialiseerde setting indien chirurgische interventies gewenst zijn.
  • De nood aan ondersteuning kan ook niet direct gelinkt zijn aan de genderidentiteit, maar kan ook gelinkt zijn aan ervaring van geweld, discriminatie, afwijzing en angstgevoelens.
  • Ook partners, kinderen en ouders van een transgender persoon kunnen nood hebben aan psychologische of sociale ondersteuning. Toegang tot deze zorg hoort niet afhankelijk te zijn van de trans persoon zelf.
  • Niet alle trans personen identificeren zich als ‘mannelijk’ of ‘vrouwelijk’. Een aandeel transgender personen identificeert zichzelf als gendervariant, non-binair, genderqueer of anders, en valt dus buiten de binaire gendercategorieën man of vrouw.
  • Kinderen vanaf 3 à 5 jaar hebben al een redelijk goed beeld van het meisje en/of jongen zijn. Het is belangrijk hun genderidentiteit te erkennen, maar het wil echter niet zeggen dat zij lijden wanneer deze incongruentie met hun geboortegeslacht (soms ‘genderdysforie’ genoemd) of dat zij later een medische transitie zullen verkiezen. Het is raadzaam om tijdig (voor de puberteit) contact te nemen met de gespecialiseerde zorg.
  • Transgender personen kunnen zoals cisgender personen een autisme spectrum stoornis of mentale gezondheidsconditie hebben. In deze gevallen is het belangrijk om niet-discriminerende toegang tot transitiegerelateerde zorg te verzekeren en om een patiënt-gecentreerd plan te ontwikkelen.