Transpersonen ervaren verschillende obstakels in de toegang tot algemene (ook niet-transspecifieke) zorg. Uit Belgisch onderzoek blijkt dat één op drie hulpzoekende transpersonen geen contact neemt met een zorgverlener uit schrik, en één op drie veranderde reeds van huisarts wegens een negatieve reactie op het transgender-zijn. Een transvriendelijke zorgomgeving en -onthaal creëren, is een essentiële eerste concrete stap om aan te werken als zorgverlener.

Omgaan met transgender patiënten en cliënten

  • Gebruik gendersensitieve of genderneutrale taal en vermijd termen als ‘ombouwen’, ‘verkleden’ of ‘transseksueel’.
  • Gebruik de voornaam die de persoon prefereert, en spreek de persoon aan met de voornaamwoorden die passen bij de genderidentiteit van de persoon (zij/haar, hij/hem of die/hun). Aarzel bij twijfel niet om te vragen met welke naam en voornaamwoorden de persoon wenst aangesproken te worden: dit zal als meer respectvol worden ervaren dan consequent de naam en voornaamwoorden passend bij het geboortegeslacht blijven gebruiken.
  • Focus niet enkel op de transgender identiteit en genderdysforie, transgender personen kunnen ook andere zorg nodig hebben.
  • Indien patiënten op naam afgeroepen worden in de wachtzaal: vermijd het gebruik van ‘mevrouw’ en ‘meneer’, roep enkel de achternaam af als je niet weet met welke voornaam de persoon aangesproken wenst te worden, of werk met een nummer systeem.

Registratie en administratie

  • Ga na waar het noodzakelijk is om geslacht te registreren: voor sommige zaken is dit niet relevant.
  • Bouw een ‘x’ of ‘andere’ optie in waar het wel nodig is dat geslacht of gender wordt geregistreerd.
  • Gebruik genderneutrale woorden in uw correspondentie (bijvoorbeeld door het weglaten van ‘meneer’ of ‘mevrouw’).

Geheimhouding en ethiek

  • Informeer de patiënt over de manier waarop gegevens worden bewaard en waarvoor deze gebruikt worden.
  • Benadruk de vertrouwelijkheid van de informatie die gegeven wordt en vermeld er rekening wordt gehouden met de privacy van de persoon.

Seksespecifieke infrastructuur

  • Zorg voor een genderneutrale toiletten en omkleedruimtes: dit kan eenvoudig door de man/vrouw pictogrammen te vervangen door ‘wc’ of enkel op de deur afbeelden welke faciliteiten zich in de ruimte bevinden (wc, urinoir, lavabo, verschoonkussen, kapstok, …)

Fysiek onderzoek

  • Benoem lichaamsdelen genderneutraal (‘borst’, ‘genitaliën’ i.p.v. ‘borsten’, ‘penis’, ‘vagina’), of vraag naar de termen die de transpersoon zelf gebruikt en prefereert voor deze lichaamsdelen.
  • Wees je bewust van de stress die transpersonen mogelijks ervaren wanneer er een lichamelijk onderzoek moet plaatsvinden. Neem een begrijpende en geruststellende houding aan.

Judith Van Schuylenberg & Joz Motmans