Hoe herken ik signalen van gendervariantie bij kinderen?

  • Kinderen hebben vanaf de leeftijd van 3 à 5 jaar al een redelijk goed beeld van hun gender. Zij kunnen dus van jongs af aan al uiting geven aan hun eigen genderbeleving – die mogelijks anders is dan verwacht op basis van hun geboortegeslacht. Naast een verbale uiting, kan het kind ook via andere signalen uiten hoe het zich voelt: door kledij, speelgedrag, enzovoort. Deze signalen kunnen wijzen op gendervariantie, wat niet hetzelfde is als genderdysforie. Kinderen moeten de ruimte krijgen om te zijn wie zij zijn, ongeacht wat ze leuk vinden, hoe ze zich willen kleden of benoemen. Hen ondersteunen betekent respect hebben voor hun genderrol en -expressie, en naar hen refereren met de naam en voornaamwoorden die ze verkiezen.
  • Andere kinderen worden zich pas later bewust van hun gendervariante identiteit, tijdens de puberteit of zelfs later. Dit betekent niet dat hun ervaringen en expressie minder valide zijn of in vraag gesteld moeten worden. Voor sommige transgender jongeren triggert de puberteit vragen of gevoelens die nog niet aan de oppervlakte kwamen voordat het lichaam begon te veranderen.

Wanneer verwijs ik best door naar een gespecialiseerde zorgverlener?

  • Als een kind of jongere aangeeft dat zij moeite hebben met hun identiteit, of lijden onder hun gevoelens, is het aangeraden om steun te zoeken bij een  hulpverlener. Ook wanneer de ouders het moeilijk hebben, kan een doorverwijzing naar het kinderpsycholoog zeer nuttig zijn. Niet elke ouder kan immers goed om met een kind dat een andere genderuiting heeft dan wat de ouders verwachten. In sommige gevallen hebben ouders nood aan psychosociale steun maar hun kind niet. In dit geval is het gepast om zorgbeslissingen voor het kind te baseren op de noden van de ouders.
  • Het is raadzaam om tijdig (voor de puberteit) contact te nemen met de gespecialiseerde zorg. Zij kunnen het gezin alvast heel wat tips geven en ondersteuning bieden, ook bijvoorbeeld voor de context van school, familie, vrienden… Mocht het kind een sterke wens hebben om lichamelijk niet te evolueren volgens het geboortegeslacht, dan kan men met puberteitsremmers het kind hierin bijstaan.

Hoe verloopt de begeleiding van kinderen en jongeren in het genderteam?

  • Gezinnen met kinderen en jongeren tot 17 jaar kunnen zich telefonisch aanmelden bij het kinder- en jongerengenderteam van het UZ Gent, waarna psychologische begeleiding door een psychologe of psychiater kan worden opgestart. De psychologische begeleiding is in de eerste plaats gericht op het exploreren en in beeld brengen van de gendergevoelens, en het verkennen van de wensen en opties voor het kind.
  • Vanaf het aanbreken van de puberteit (Tannerstadium 2) kan indien gewenst gestart worden met puberteitsremmers. Indien dit het geval is, wordt een afspraak gemaakt bij de endocrinoloog voor onderzoek (bloedonderzoek, botdensiteit, tromboserisico). Ondertussen wordt de psychologische begeleiding voortgezet. Om de drie à zestal maanden wordt een controle bij de endocrinoloog gepland.
  • Vanaf ongeveer 16 jaar kan, indien gewenst, gestart worden met genderbevestigende hormonen (oestrogenen, testosteron). De puberteitsontwikkeling en emotionele maturatie worden hierbij ook in rekening gebracht.
  • Vanaf de leeftijd van 17 jaar kan voor jongeren met vrouwelijk geboortegeslacht een borstverwijdering gepland worden. Vanaf 18 jaar zijn de andere operaties mogelijk.

Wat zijn puberteitsremmers?

  • Puberteitsremmers zorgen ervoor dat de puberteit ‘on hold’ wordt gezet, waardoor de geslachtskenmerken gekoppeld aan het geboortegeslacht niet optreden (bv geen menstruatie, geen beharing / stemdaling). Hierdoor krijgt de jongere meer tijd om de genderidentiteit te exploreren en wordt men niet geconfronteerd met ongewenste lichamelijke veranderingen. Puberteitsremmers geven jongeren dus vooral de tijd om uit te zoeken waar ze heen willen, zonder onomkeerbare veranderingen.
  • Er zijn ook jongeren die na een tijd beslissen hun lichaam toch te laten evolueren volgens hun geboortegeslacht. Wanneer men stopt met puberteitsremmers, komt men gewoon in de puberteit overeenkomstig met het geboortegeslacht. Puberteitsremmers hebben geen invloed op de fertiliteit.