Beschikken over een ondersteunende omgeving tijdens en na de transitie blijkt heel belangrijk voor het welbevinden van transgender personen. Ook de omgeving van trans personen – partners, ouders en kinderen – kan echter nood hebben aan begeleiding tijdens het transitieproces.

Hoe een partner van een transpersoon ondersteunen tijdens de transitie?

  • Veel partners leven in de schaduw van de transgender partner tijdens de transitie. Ze nemen de ondersteunende en zorgende rol op zich en plaatsen hun eigen gevoelens op de tweede plaats. Daarom is vaak aparte begeleiding aangewezen: de partner moet een ruimte krijgen waar vrijuit kan gesproken worden en waar diens gevoelens op de eerste plaats worden gezet.
  • Veel partners worstelen onder andere met onzekerheid over de toekomst, verraad, schuldgevoelens, verlies van zelfvertrouwen… : erken deze gevoelens en ga er dieper op in.
  • Sommige partners stellen door de transitie ook hun eigen seksuele identiteit in vraag ‘’Met wie ben ik al die jaren samen geweest?’’. Daarbij komt ook nog de nieuwe maatschappelijke stempel. Ze worden door de buitenwereld in het hokje lesbisch/homo, hetero of bi geplaatst, zonder dat zij zichzelf zo definiëren. Niet alle partners kunnen hier makkelijk mee omgaan.

Hoe kinderen informeren?

  • Informeer een kind tijdig en op een gepast moment. Zorg ervoor dat je de dagen erna tijd hebt om terug te komen op eventuele vragen van het kind. Vertel het bv. op een vrijdagavond zodat het kind er nog op kan terugkomen tijdens het weekend.
  • Indien de kinderen verschillen van leeftijd, licht je hen best apart en op een andere manier in.
  • Zorg dat het thema bespreekbaar is en geen taboe of geheim blijft, maar dwing het kind ook niet om erover te praten.
  • Communiceer dat het kind verschillende emoties mag voelen bij de transitie en reik hen emotiewoorden aan bv. Je mag boos zijn, je mag het raar vinden,…
  • Zorg voor geruststelling: de ouder/broer/zus/tante/… gaat wel in transitie en die kan daardoor zichzelf zijn, maar die relatie zal niet veranderen en kan misschien zelfs versterken omdat de persoon meer zichzelf kan zijn.
  • Sommige kinderen zijn kwetsbaar: heb aandacht voor onder andere pesten.

Hoe ouders ondersteunen bij de transitie van hun kind?

  • Zorg voor geruststelling en erkenning: het is als ouder OK dat je de transitie van je kind moeilijk vindt. Het is echter niet de verantwoordelijkheid van het kind om dit te managen, er wordt dus best afzonderlijk ondersteuning voor gezocht.
  • Ouders hebben heel veel vragen: zal het nog uitdoven? Zal mijn kind ooit gelukkig worden? Zal het ooit een partner vinden? Sta hierbij stil en stel gerust. Wees eerlijk en zeg dat er niet op alles een antwoord bestaat.
  • Ouders mogen communiceren naar hun kind dat ze de transitie moeilijk vinden, indien het kind oud genoeg is. Het is wel belangrijk dat zij hierbij duidelijk maken dat het niet is omdat zij het moeilijk vinden, zij hun kind hier niet in steunen. Het is belangrijk dat het kind geen schuldgevoelens krijgt.
  • Wanneer ouders openlijk met hun kinderen spreken over hun gevoelens, zullen kinderen dat ook sneller doen naar hun ouders toe. Voor hen kan het ook een moeilijk proces zijn waar zij graag over spreken.

Hoe de klas of leefgroep van een transgender jongere betrekken?

  • Maak genderdiversiteit in het algemeen bespreekbaar. Je kan hiervoor boeken gebruiken of educatief materiaal dat je onder meer kan vinden op schooluitdekast.be.
  • Stel: een kind maakt een opmerking: ‘’Juffrouw, Jan draagt schoenen met blinkers’’. Geef aan dat er niet zoiets bestaat als ‘meisjesdingen’ en ‘jongensdingen’. Iedereen moet de mogelijkheid hebben om zich te gedragen en kleden op diens eigen manier. Deze expressies moeten aangemoedigd en erkend worden, en niet enkel getolereerd. Daarnaast is het belangrijk om jongens- en meisjesdingen an sich in vraag te stellen bv. ‘’Kunnen jongens dan geen schoenen met blinkers dragen?’’ Bedenk dat de maatschappij constant genderstereotypen herbevestigd, dus hoe meer diversiteit zichtbaar en aangemoedigd wordt, hoe beter om te compenseren voor de negatieve boodschappen die kinderen al hebben geïnternaliseerd.
  • Kinderen kunnen zeggen dat ze transgender personen ‘raar’ of ‘anders’ vinden. Ga in gesprek met de klas waarom men het raar of anders vindt. Zo’n gesprek kan verbindende werken. Leg genderdiversiteit en het bestaan van transgender personen uit in geschikte termen. Vermijd schadelijke woorden (“ombouwen”, “transseksueel”) wanneer je over transgender personen spreekt.
  • Wanneer een transgender jongere een coming out wil doen voor de klas, spreek je dit best met de jongere goed op voorhand door. Dit kan op verschillende manieren, bv. een spreekbeurt, een filmpje, een documentaire of een korte mededeling. Geef de medeleerlingen de kans om vragen te stellen, maar laat ze die op een briefje schrijven, zodat ongepaste vragen kunnen gefilterd worden en de trans jongere zelf kan beslissen op welke vragen die antwoordt. Leg duidelijk uit dat de trans jongere zelf mag beslissen bij welke vragen die zich comfortabel voelt en dat het aan hen is om grenzen te stellen. De transgender jongeren dient zelf te beslissen bij wie, wanneer en hoe die de coming out wilt doen, en leerkrachten en ouders dienen hen hierin te ondersteunen.
  • Zorg voor een actief preventiebeleid tegen pesten, dat transgender jongeren weten bij wie ze op school pestgedrag kunnen melden en dat er een plan bestaat om op een eerlijke en consistente manier om te gaan met incidenten.