Algemene aanpak tot kankerscreening bij transgender personen

We weten uit de medische literatuur dat er geen verhoogd risico is bij transgender personen met hormonale behandeling om meer kanker te ontwikkelen dan een controlegroep. Toch leeft deze misconceptie nog steeds. De bestaande studies zijn eerder klein en moeten uiteraard met voorzichtigheid worden benaderd. Oncologische data bij trans mannen en non-binaire personen met vrouwelijk geboortegeslacht zijn momenteel beperkt tot enkele case reports die recent werden samengevat: één vaginale, één cervicale, 7 borst-, 3 ovariële en één endometrium kankers zijn beschreven tot op vandaag (Braun et al., 2017). De prevalentie van hormoonsensitieve kankers lijkt laag te zijn onder transgender vrouwen en non-binaire personen met mannelijk geboortegeslacht die een hormoonbehandeling volgen.

Bij kankerscreening is het belangrijk dat dit gebaseerd is op basis van het aanwezige orgaan of lichaamsdeel. Als regel kunnen we stellen dat als een individu een specifiek lichaamsdeel of –orgaan heeft en beantwoordt aan de criteria voor screening gebaseerd op risicofactoren of symptomen, dat deze screening toch moet gebeuren onafhankelijk van het gebruik van de hormonen. We gaan hier in op enkele specifieke hormonale kankers.

Borstkanker

Borstkanker werd reeds gerapporteerd bij transgender vrouwen, maar dit gaat over heel lage aantallen. Over borstkanker weten we uit uitgebreid onderzoek dat het risico dat een transgender persoon die oestrogenen neemt borstkanker krijgt even laag is als wanneer deze persoon geen hormoonbehandeling zou volgen, vergelijkbaar met het risico dat een cisgender man borstkanker krijgt. Borstkanker is wel beschreven bij transgender vrouwen, maar het gaat slechts over heel lage aantallen. Tot hiertoe is de medische literatuur zeer geruststellend waarbij geconcludeerd wordt dat het risico op het ontwikkelen van borstkanker wellicht lager is dan bij de cisgender vrouwelijke populatie. Borstkankerscreening voor transgender personen die een oestrogeenbehandeling volgen gebeurt best net zoals bij andere vrouwen, na minimum gebruik van 5 jaar hormonale behandeling. Een mammografie kan gebeuren als screeningsmethode.

Voor transgender personen met vrouwelijk geboortegeslacht die (nog) geen borstchirurgie ondergingen of enkel een gedeeltelijke borstverwijdering kennen, blijven de opsporingsmaatregelen voor cisgender vrouwen gelden. Over het algemeen wordt borstkankerscreening na borstverwijdering niet uitgevoerd, maar in theorie is er de mogelijkheid dat er restweefsel aanwezig blijft. In geval van bezorgdheid of klachten is verder onderzoek aangewezen, zeker wanneer er een genetische of familiale geschiedenis bestaat van borstkanker.

Prostaat en teelbal kanker

Wat betreft prostaatkanker zijn er enkele cases bekend bij transgender vrouwen die oestrogenen namen. In principe is de anti-androgeenbehandeling en de oestrogeenbehandeling beschermend tegen prostaatkanker. Er wordt dan ook gedacht dat de beschreven prostaatkankers reeds aanwezig waren vóór hormonale behandeling gestart werd. De arts die de patiënt onderzoekt, moet zich altijd bewust zijn van de mogelijkheid op prostaatkanker bij transgender personen met mannelijk geboortegeslacht, zelfs indien deze genitale genderbevestigende chirurgie ondergingen. Uit onderzoek van het UZ Gent bij 50 transgender vrouwen werd geconcludeerd dat er noch klinisch, noch echografisch argumenten waren om prostaatpathologie te vermoeden.

In de literatuur is er één verhaal bekend van een trans vrouw met teelbalkanker. De kans is zeer groot dat de androgeensuppressie het risico op teelbalkanker vermindert. Een routine teelbalonderzoek is niet specifiek noodzakelijk voor transgender personen met mannelijk geboortegeslacht die een oestrogeenbehandeling volgen.

Cervix, endometrium, ovariumkanker

Transgender personen met vrouwelijk geboortegeslacht hebben een risico op het ontwikkelen van cervixkanker, onafhankelijk of ze een hormonale therapie volgen of niet. Dit is de derde meest frequent voorkomende kanker globaal. Deze kanker ontstaat meestal door infectie met het humaan papilloma virus (HPV). Het laten uitvoeren van een uitstrijkje is soms een uitdaging bij transgender personen. De oorzaak hiervan kan de relatie van de persoon met diens lichaam zijn, maar ook van de vijandigheid, vooroordelen en gebrek aan kennis die frequent voorkomen in deze settings, of het droger worden van de vagina door het gebruik van testosteron, waardoor intern onderzoek sneller als pijnlijk wordt ervaren. Een speficieke begrijpende aanpak van en vertrouwensband met de arts is aangewezen. Op jonge leeftijd een HPV-vaccinatie krijgen reduceert het risico op het ontwikkelen van cervicale, orale en anale kanker. Vaccinatie op oudere leeftijd heeft nog geen bewezen effect. Het verkrijgen van een cervicaal uitstrijkje kan via huisarts of gynaecoloog.

Transgender personen met vrouwelijk geboortegeslacht die geen baarmoederverwijdering (hysterectomie) ondergingen, hebben een risico op endometriumkanker, maar de kans hierop is uiterst klein. Er zijn geen specifieke richtlijnen om routinescreening te ondergaan. Bij onverklaarde vaginale bloeding, onder testosteronbehandeling, gebeurt best wel een gynaecologisch nazicht, zeker als onder testosteronebehandeling voordien geen bloedverlies meer gemeld werd.  Er zijn ook enkele patiënten beschreven met eierstokkanker, maar er is momenteel geen evidentie die suggereert dat transgender personen onder testosteronbehandeling een verhoogd risico hebben op deze eierstokkanker.

Guy T'Sjoen