Algemene aanpak tot kankerscreening bij transgenderpersonen

We weten uit de medische literatuur dat er geen verhoogd risico is bij transpersonen met hormonale behandeling om meer kanker te ontwikkelen dan een controlegroep. Deze studies zijn eerder klein en moeten uiteraard met voorzichtigheid worden benaderd. Bij kankerscreening is het belangrijk dat dit gebaseerd is op basis van het aanwezige orgaan of lichaamsdeel. Als regel kunnen we stellen dat als een individu een specifiek gendeel of –orgaan heeft en beantwoordt aan de criteria voor screening gebaseerd op risicofactoren of symptomen, dat deze screening toch moet gebeuren onafhankelijk van het gebruik van de hormonen. We gaan hier in op enkele specifieke hormonale kankers.

Borstkanker

Over borstkanker weten we uit uitgebreid onderzoek dat het risico dat een transvrouw borstkanker krijgt even laag is als het risico dat een man borstkanker krijgt. Borstkanker is wel beschreven bij transgender vrouwen, maar het gaat slechts over heel lage aantallen. Tot hiertoe is de medische literatuur zeer geruststellend waarbij geconcludeerd wordt dat het risico op het ontwikkelen van borstkanker wellicht lager is dan bij de niet-transgender vrouwelijke populatie. Borstkankerscreening gebeurt best net zoals bij andere vrouwen, maar na minimum gebruik van 5 jaar hormonale behandeling. Een mammografie zal gebeuren als screeningsmethode.

Voor transmannen, die nog geen borstchirurgie ondergingen of enkel een gedeeltelijke borstverwijdering kennen, blijven de opsporingsmaatregelen voor vrouwen gelden.

Prostaat en teelbal kanker

Wat betreft prostaatkanker zijn er enkele verhalen bekend bij transvrouwen. In principe is de anti-androgeenbehandeling en de oestrogeenbehandeling beschermend tegen prostaatkanker. Er wordt dan ook gedacht dat de beschreven prostaatkankers reeds aanwezig waren vóór hormonale behandeling gestart werd. De arts die de patiënt onderzoekt, moet zich altijd bewust zijn van de mogelijkheid op prostaatkanker bij transgendervrouwen, zelfs indien deze een geslachtsaanpassende chirurgie hadden. Uit onderzoek van UGent bij 50 transvrouwen werd geconcludeerd dat er noch klinisch, noch echografisch argumenten waren om prostaatpathologie te vermoeden.

In de literatuur is er één verhaal bekend van een transvrouw met teelbalkanker. De kans is zeer groot dat de androgeensuppressie het risico op teelbalkanker vermindert. Een routine teelbalonderzoek is niet specifiek noodzakelijk voor transgendervrouwen.

Cervix, endometrium, ovariumkanker

Transgender mannen hebben een risico op het ontwikkelen van cervixkanker. Dit is de derde meest frequent voorkomende kanker globaal. Deze kanker ontstaat meestal door infectie met het humaan papilloma virus. Het laten uitvoeren van een uitstrijkje is soms een uitdaging bij transgender mannen, en een speficieke begrijpende aanpak van en vertrouwensband met de arts is aangewezen. Op jonge leeftijd een HPV-vaccinatie krijgen reduceert het risico op het ontwikkelen van cervicale, orale en anale kanker. Vaccinatie op oudere leeftijd heeft nog geen bewezen effect. Het verkrijgen van een cervicaal uitstrijkje kan via huisarts of gynaecoloog.

Transgender mannen die geen baarmoederverwijdering kenden, hebben een risico op endometriumkanker, maar de kans hierop is uiterst klein. Er zijn geen specifieke richtlijnen om routinescreening te ondergaan. Bij onverklaarde vaginale bloeding, onder testosteronbehandeling, gebeurt best wel een gynaecologisch nazicht, zeker als onder testosteronebehandeling voordien geen bloedverlies meer gemeld werd.  Er zijn ook enkele patiënten beschreven met eierstokkanker, maar er is momenteel geen evidentie die suggereert dat transmannen onder testosteronbehandeling een verhoogd risico hebben op deze eierstokkanker.

Guy T'Sjoen