Transpersonen ervaren soms stress of angst bij de gedachte aan een mogelijk fysiek onderzoek wanneer zij beroep doen op een arts of hulpverlener (Williamson, 2010). Dit leidt ertoe dat sommige transpersonen een consultatie bij een arts zullen vermijden, en dit heeft natuurlijk nadelige gevolgen voor hun gezondheid. Uit Belgisch onderzoek is geweten dat haast een kwart elk contact met de reguliere gezondheidszorg vermijdt, en dat gemiddeld slechts 60% volledig open praat met de huisarts of hulpverlener (Motmans, 2009). Daarom is het belangrijk om een transvriendelijke zorgomgeving te creëren waarin de persoon zich comfortabel voelt. Enkele concrete tips voor het transvriendelijk maken van uw praktijk kan u nalezen in de factsheet in de zijbalk.

Daarnaast is het belangrijk om oog te hebben voor de stress die voor transpersonen vaak gepaard gaat met een medisch onderzoek, en de persoon indien nodig gerust te stellen. Leg uit wat u zal doen en waarom dit nodig is. Transpersonen kunnen het moeilijk hebben met bepaalde lichaamsdelen, zoals de borst of geslachtsdelen. U kan deze genderneutraal benoemen (gebruik bijvoorbeeld ‘genitaliën’ of ‘borst’), of vraag wat de gewenste term is die de patiënt zelf ook gebruikt voor dit lichaamsdeel.

Sommige transpersonen hebben niet de ‘standaard’ anatomie die cisgender personen hebben. Dit kan afhankelijk zijn van het moment in de transitie, als de transpersoon kiest voor een genderbevestigende behandeling. Daarnaast vinden niet alle transpersonen alle opties binnen de genderbevestigende behandeling noodzakelijk, zijn bepaalde aanpassingen niet mogelijk of gewenst. Het kan dus bijvoorbeeld ook zijn dat een transman nog borsten heeft, of dat de genitaliën niet werden veranderd. Ook hebben sommige aspecten van de genderbevestigende behandeling een invloed op bepaalde lichaamsdelen: hormoontherapie zorgt er bijvoorbeeld voor dat bij transvrouwen borstgroei plaatsvindt. U gaat dus best niet uit van een ‘standaard’ mannelijke of vrouwelijke anatomie.

Judith Van Schuylenbergh