Het is goed gekend dat geslachtshormonen verschillende cardiovasculaire risicofactoren beïnvloeden, zoals lichaamssamenstelling, lipiden, bloeddruk, glucosemetabolisme, endotheliale functie, hemostase en risico op trombose. Zowel bij een behandeling met testosteron als oestrogenen zijn er subtiele positieve als negatieve veranderingen in cardiovasculaire risicofactoren (voor overzicht: Gooren et al., 2014).

Hoe deze veranderingen in cardiovasculaire risicofactoren zich vertalen in cardiovasculaire morbiditeit en mortaliteit is nog niet goed gekend.  Globaal gezien wordt aangenomen dat er geen verhoogd risico is op cardiovasculaire eindpunten onder de huidig voorgeschreven hormonale behandeling. Wel wordt stoppen met roken sterk aanbevolen om een verhoogd risico op trombo-embolie en cardivasculaire complicaties te vermijden (Hembree et al., 2017).

Cardiovasculaire morbiditeit en mortaliteit bij trans personen met oestrogeen behandeling

Bij trans vrouwen en andere personen met mannelijk geboortegeslacht die een behandeling met oestrogenen volgen, toonden de meeste studies uit het verleden een verhoogd risico op cardiovasculaire morbiditeit (Asscheman et al., 1989; Van Kesteren et al., 1997, Wierckx et al. 2013) en mortaliteit (Asscheman et al., 2011; Dhejne et al., 2011). Hierbij moet ook in acht worden genomen dat de chemische aard van het oestrogeen, de toedieningsweg, de cardiovasculaire gezondheidsstatus van de patiënt, levensstijlfactoren zoals obesitas en roken en de dosering van oestrogenen allen een invloed kunnen uitoefenen. Vroeger werd vaak het synthetische oestrogeen (ethinyl oestradiol) gebruikt in hoge dosis, wat nu in principe niet meer wordt voorgeschreven. Sinds een bioidentisch oestrogeen (oestradiolvalerate) wordt voorgeschreven, zien we deze problemen veel minder.

Om cardiovasculair risico te verminderen wordt een gezonde levensstijl met rookstop, gewichtscontrole en voldoende fysieke activiteit aangeraden aan alle personen die oestrogenen nemen. Dit moet aangevuld worden met regelmatige medische controles en monitoring procedures. Transgender personen kunnen terughoudend zijn om gezondheidsproblemen te melden uit angst dat deze hen zullen tegenhouden om een hormoonbehandeling te kunnen starten. Hulpverleners dienen patiënten gerust te stellen dat er een holistische benadering gehanteerd wordt die al hun gezondheidsnoden in acht neemt, inclusief transitie gerelateerde zorg.

Bij personen met verhoogd cardiovasculair risicoprofiel of gekende cardiovasculaire ziekte wordt aangeraden om transdermale oestrogeentherapie te gebruiken (Van Kesteren et al., 1997) en wordt het afgeraden om ethinyl estradiol te gebruiken als oestrogeenbehandeling (Asscheman et al., 2011). De toediening via de huid geeft veel minder effect op de stolling.

Cardiovasculair morbiditeit en mortaliteit bij trans personen met testosteron behandeling

In tegenstelling tot transgender personen die een behandeling met oestrogenen volgen, tonen de meeste studies dat personen op een testosteron behandeling een lager of gelijk risico hebben op cardiovasculaire morbiditeit en mortaliteit (Asscheman et al., 1989; Van Kesteren et al., 1997; Wierckx et al., 2013; Asscheman et al., 2011; Dhejne et al., 2011). Het moet wel opgemerkt worden dat de studies bij personen op een behandeling met testosteron werden uitgevoerd op kleinere groepen en dat deze personen in de studies doorgaans jonger waren dan de studies bij personen op een oestrogeen behandeling. Er is geen wetenschappelijk bewijs voor een verhoging in cardiovasculaire negatieve uitkomsten op korte en middellange termijn bij transgender personen die testosteron nemen (Gooren & T’Sjoen, 2018; Maraka et al., 2017; van Kesteren et al., 1997).