Geslachtshormonen spelen een belangrijke rol in de regulering van botvorming en behoud van botmassa door zowel directe effecten ter hoogte van het bot als indirecte effecten, zoals door veranderingen in lichaamssamenstelling.  Daarnaast spelen nog tal van andere factoren een rol zoals genetische achtergrond, BMI, roken, alcohol, medicatie, endocrinologische afwijkingen enz.

Osteoporose risico bij trans personen die oestrogenen nemen

Een studie toonde dat trans vrouwen reeds voor de start van de hormonale behandeling een lagere botmassa en hogere frequentie van osteoporose hadden, mogelijks te wijten aan verminderde fysieke activiteit, minder spierkracht en lagere vitamine D spiegels (Van Caenegem et al., 2013).  Korte termijn prospectieve studies tonen aan dat tijdens de hormonale behandeling de botmassa doorgaans gehandhaafd blijft of zelfs een toename in botmassa wordt verkregen bij trans vrouwen (Van Caenegem et al., 2015).

Gekende risicofactoren voor osteoporose bij trans personen die oestrogenen nemen zijn het gebruik van anti-androgeentherapie of GNRH analogen zonder associatie van een adequate dosis oestrogenen of gonadectomie met gebruik van inadequate dosis oestrogenen.

Een toename in botmineraaldichtheid van de lumbale wervelkolom wordt gerapporteerd bij transgender personen die een oestrogeenbehandeling volgen, met een laag aantal breuken (Singh et al., 2017; Wiepjes et al., 2017).

Osteoporose risico bij trans personen die testosteron nemen

De meeste studies bij transgender personen op testosteron tonen ofwel geen verandering ofwel een toename van de botmineraaldichtheid tijdens hormonale behandeling (Van Caenegem et al., 2015b, Meriggiola et al., 2008; Mueller et al., 2010).

Bij trans personen met vrouwelijk geboortegeslacht kan in de late puberteit de menstruatie worden onderdrukt door middel van een progestageen, maar GnRHa behandeling kan negatieve effecten induceren op de botmineralisatie (T’Sjoen et al., 2019).

Hoewel er ook geen verlaging in botdichtheid verwacht wordt in transgender personen die een behandeling met testosteron volgen (Singh-Ospina et al., 2017), is er beperkte data over het risico op osteoporotische breuken (T’Sjoen et al., 2019). Osteoporose screening dient te worden uitgevoerd in het bijzonder voor personen die stoppen met de testosteronbehandeling na gonadectomie, personen die beperkt therapietrouw zijn en personen met andere risico’s met betrekking tot de botgezondheid (Hembree et al., 2017).

Screening guidelines

De meeste experts vinden het volgen van de botgezondheid en de preventie van osteoporose bij transgender personen is belangrijk (Van Caenegem & T’Sjoen, 2015; Hembree et al., 2009). De Endocrine society guidelines (Hembree et al., 2009) adviseren een actieve beoordeling van de risicofactoren voor osteoporose inclusief het (eerdere) gebruik van hormonale therapie (met als voornaamste risico het gebruik van antiandrogenen of GNRH analogen). Therapietrouw van de hormonale behandeling is tevens van groot belang, vooral na gonadectomie. Gebaseerd op dit risicoprofiel en de beoogde therapie kan een botdensitometrie worden uitgevoerd. Het is belangrijk te onthouden dat parameters voor botdichtheid testen verschillen voor cisgender vrouwen en mannen. Zowel geboortegeslacht als transitiegerelateerde medicatie moeten dus in rekening gebracht worden.