• Transgender personen ervaren soms angst voor een medisch onderzoek, wat kan leiden tot het vermijden van een bezoek aan arts of hulpverlener.
  • Een transvriendelijke zorgomgeving waarin de trans persoon geïnformeerd, bevraagd en gerustgesteld wordt wanneer een fysiek onderzoek nodig is, is essentieel. Leg uit welke fysieke onderzoeken nodig zijn en waarom.
  • Gebruik genderneutrale termen voor bepaalde lichaamsdelen, of vraag welke term de trans persoon wenst te gebruiken voor het lichaamsdeel. Maak hier ook nota van zodat deze conversatie zich niet voor elke consultatie hoeft te herhalen.
  • Ga niet uit van een ‘standaard’ mannelijke of vrouwelijke anatomie of bepaalde relatie van de persoon met diens lichaam: elke transgender persoon voelt zich anders bij diens lichaam, heeft unieke noden en heeft al dan niet bepaalde medische stappen gezet.
  • Transgender personen kunnen een gecompliceerde relatie met hun lichaam hebben, waardoor seksualiteit en seksuele gezondheid vaak een moeilijk en te vermijden thema is in een gesprek met een hulpverlener. Sommigen hebben echter ook een positieve relatie met hun lichaam.
  • Hormoontherapie en genderbevestigende operaties kunnen verschillende effecten hebben op de psychosociale en seksuele ervaringen van transgender personen.
  • Hoewel hormoontherapie op lange termijn tot onvruchtbaarheid kan leiden, kunnen trans personen die geen sterilisatie ondergingen nog zwanger worden (trans personen met vrouwelijk geboortegeslacht, inclusief trans mannen) of iemand bevruchten (trans personen met mannelijk geboortegeslacht, inclusief trans vrouwen).
  • Niet alle transgender personen hebben dezelfde lichamelijke kenmerken: vermijd assumpties met betrekking tot de anatomie bij het geven van informatie rond seksuele en reproductieve gezondheid. Transgender personen kunnen alle mogelijke seksuele oriëntaties en praktijken hebben.
  • Probeer seksueel gedrag en voorbehoedsmiddelen los te koppelen van een bepaald gender bij het geven van informatie rond veilig vrijen.